Surveillance van de mortaliteit door alle oorzaken in België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel tijdens de zomer van 2025. Be-MOMO: the Belgian Mortality Monitoring en Be-MOMO in woonzorgcentra
Nganda, Serge ; ; ;
Citations
Abstract
Tijdens de zomerperiode van 2025, van 12 mei (week 20) tot 5 oktober 2025 (week 40), was er een lichte ondersterfte van -0,5 % (40 551 waargenomen sterfgevallen, 40 767 verwachte sterfgevallen), ofwel 216 sterfgevallen minder dan verwacht. Er waren gemiddeld 276 sterfgevallen per dag, met een piek van 334 sterfgevallen op 18 juni 2025, tijdens de eerste waarschuwingsfase van het hitteplan.
; ;De waargenomen ondersterfte betreft voornamelijk personen van 85 jaar en ouder, terwijl er sprake was van oversterfte bij personen jonger dan 85 jaar, met name bij personen tussen 65 en 84 jaar (253 extra sterfgevallen, +1,5 %). Uit de analyse per geslacht blijkt dat er voor alle leeftijden samen sprake is van een lichte oversterfte onder mannen (68 extra sterfgevallen, +0,3 %) en een lichte ondersterfte onder vrouwen (187 sterfgevallen minder, -0,9 %).
; ;Be-MOMO in woonzorgcentra (WZC)
; ;Er werd een ondersterfte vastgesteld bij WZC-bewoners met 441 sterfgevallen minder (-4,1 %), terwijl er een lichte oversterfte werd vastgesteld bij niet-WZC-bewoners (196 extra sterfgevallen, +0,7 %).
; ;Bij WZC-bewoners werd een ondersterfte vastgesteld bij zowel mannen als vrouwen en in alle leeftijdsgroepen, met uitzondering van de 65-84-jarigen.
; ;Bij niet-WZC-bewoners trof de oversterfte vooral de 65-84-jarigen. Volgens geslacht lijkt deze oversterfte over het algemeen meer uitgesproken bij mannen van alle leeftijden. De oversterfte is echter groter bij vrouwen van 65 tot 84 jaar die niet in een WZC wonen, met 209 extra sterfgevallen (+3,8 %).
; ;Gewestelijke sterfte
; ;Op gewestelijk niveau werd een oversterfte waargenomen bij de totale bevolking in Vlaanderen (119 extra sterfgevallen, +0,5 %) en Brussel (98 extra sterfgevallen, +3,3 %), terwijl in Wallonië een ondersterfte werd geregistreerd (314 sterfgevallen minder, -2,3 %).
; ;In Vlaanderen betrof deze oversterfte vooral personen jonger dan 85 jaar, in het bijzonder de groep van 65-84 jaar (+3,4 %), terwijl een lichte ondersterfte werd waargenomen bij personen van 85 jaar en ouder.
; ;In Wallonië deed de ondersterfte zich vooral voor bij personen vanaf 65 jaar, terwijl bij personen jonger dan 65 jaar een lichte oversterfte werd vastgesteld.
; ;In Brussel trof de oversterfte vooral mensen jonger dan 65 jaar.
; ;Het ruwe sterftecijfer was hoger bij vrouwen (344,3 sterfgevallen per 100.000 inwoners) dan bij mannen (338,9 sterfgevallen per 100.000 inwoners), en in Wallonië. Na standaardisatie voor leeftijd en geslacht blijft Wallonië aan kop, gevolgd door Brussel en vervolgens Vlaanderen.
; ;Risicofactoren en sterfte
; ;Er waren 42 dagen met maximumtemperaturen boven 25 °C (tegenover 26 dagen in 2024), waarvan 10 dagen met temperaturen boven 30 °C (tegenover 3 dagen in 2024). De maximumtemperatuur bedroeg 35,9 °C in Ukkel op 1 juli 2025. De ozondrempel werd gedurende 31 dagen overschreden (tegenover 18 dagen in 2024). Er werd geen overschrijding van de drempel voor fijnstof waargenomen.
; ;De waarschuwingsfase van het “ozon- en hitteplan” werd driemaal geactiveerd. De zomer van 2025 was over het algemeen erg droog, erg warm en erg zonnig, en werd gekenmerkt door twee hittegolven volgens de klimatologische definities.
; ;Tijdens de eerste waarschuwingsfase (18 tot 22 juni, 5 dagen, week 25) werd een lichte oversterfte waargenomen met 105 extra sterfgevallen (+7,6 %). Deze oversterfte deed zich vooral voor bij personen van 85 jaar en ouder.
; ;Tijdens de tweede waarschuwingsfase (25 juni tot 2 juli, 8 dagen, weken 26-27) bleef de oversterfte laag met 86 extra sterfgevallen (+4,0 %) en trof deze vooral personen jonger dan 85 jaar. Deze hitteperiode begon slechts drie dagen na het einde van de vorige.
; ;Tijdens de derde waarschuwingsfase (7 tot 15 augustus, 9 dagen, weken 32-33) duurde de hitte vijf dagen (11 tot 15 augustus) en werd een matige oversterfte waargenomen met 175 extra sterfgevallen (+12,9 %), die vooral mensen van 85 jaar en ouder trof.
; ;Correlaties tussen sterfte en risicofactoren
; ;Over de hele zomerperiode van 2025 vertoonde de sterfte (gemiddelde tot zwakke) statistisch significante correlaties met de concentraties van fijnstof (PM10 en PM2,5 ) en ozon, alsook met de minimale relatieve vochtigheid, gerangschikt in afnemende volgorde van de correlatiecoëfficiënten. Daarnaast is er een negatieve correlatie met de minimale relatieve vochtigheid.
; ;Historische vergelijking
; ;Ondanks de uitgesproken meteorologische en milieugebonden risicofactoren werd in de zomer van 2025 een lichte ondersterfte (-0,5 %) geregistreerd, het derde laagste niveau van ondersterfte sinds de zomer van 2000.
; ;Bij de WZC-bewoners werd in de zomer van 2025 voor het eerst sinds de zomer van 2015 een ondersterfte geregistreerd. Dit staat in contrast met de zomers van 2023 en 2024, die werden gekenmerkt door een lichte oversterfte van vergelijkbare omvang, hoewel deze aanzienlijk lager was dan de hoge niveaus die werden geregistreerd in de zomers van 2020 (+27,2 %), 2021 (+15,7 %) en 2022 (+22,6 %).
; ;Onder 65-plussers die niet in woonzorgcentra woonden, werd in de zomer van 2025 een lichte oversterfte geregistreerd (+0,8 %), na die van 2024 (+2,5 %) en de ondersterfte van 2023 (-3,2 %).
; ;Aangezien het aantal sterfgevallen aanzienlijk toeneemt in de dagen na ozon- of hittepieken, is het belangrijk dat de bevolking op de hoogte wordt gehouden van de weersomstandigheden en ozonpieken en haar gedrag aanpast wanneer de waarschuwingsfase van het “ozon- en hitteplan” wordt geactiveerd, in overeenstemming met de gewestelijke aanbevelingen.
Description
Date
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Chapter title
Publication type
Files
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Keywords
Citation
Topic(s)
Infectious disease #22106#
Mortality rate #22412#
public health #22444#
Related project
Be-MOMO in NH #1000862#
